Klasovergangen en zittenblijven :

Zie schoolreglement hoofdstuk 6 blz. 10

Kleuters :

• Klasovergangen tijdens het schooljaar :
Soms gebeurt het dat, gezien de 7 opeenvolgende instapdata, de peuterklas of de eerste kleuterklas in de loop van het schooljaar overbevolkt geraakt.
Om de kwaliteit van die kleuterklassen te bewaren kan het daarom gebeuren dat de oudste kleuters en/of degenen die het aankunnen in de loop van het tweede semester de overstap naar een hogere kleuterklas maken.
Deze overgang gebeurt echter enkel na grondig overleg en na voorafgaandelijke toestemming van de ouders.

• Klasovergangen op het einde van het schooljaar van 1ste naar de 2de en van 2de naar 3de kleuterklas :
De klassenraad heeft na grondig overleg met het CLB het laatste woord in de beslissing over zittenblijven.

• Van de 3de kleuterklas naar het 1ste leerjaar :
Het is onze zorg erop te letten dat alle kleuters die de overgang naar het 1ste leerjaar maken, die stap wel degelijk aankunnen.
Het gebeurt maar al te vaak dat te jonge of niet schoolrijpe kinderen, ondanks het advies van het CLB na grondige analyse van de gemaakte schoolrijpheidstests, toch naar het 1ste leerjaar overstappen.
Die kinderen hebben onvoldoende basis en concentratievermogen om het leertempo, opgelegd in het leerplan, te kunnen voIgen. In het 1ste leerjaar is het aanbod van nieuwe leerstof i.v.m. lezen/schrijven/rekenen immers zeer groot, iets wat een enorme werkdruk en heel wat faalervaringen met zich kan meebrengen.
Het CLB en het schoolteam staan er dan ook niet achter om kleuters te vroeg te laten opschuiven naar een hogere afdeling en dit juist om later zittenblijven in het 1ste leerjaar en mogelijke problemen op langere termijn te vermijden.
Ouders beseffen de gevolgen niet van de te grote werk- en tijdsdruk bij deze te jonge kinderen. Enkel voor hoogbegaafde kinderen en in samenspraak met het CLB kan het aangewezen zijn vroegtijdig de overstap naar het lager onderwijs te maken.

Zesjarigen die in het voorgaande schooljaar ingeschreven waren in een erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs en er ten minste 250 halve dagen aanwezig geweest zijn, hebben een recht op toelating tot het gewoon lager onderwijs. De ouders van deze voldoend aanwezige leerlingen maken zelf de keuze of de leerling op zes jaar in het gewoon lager onderwijs instapt (of een jaar langer kleuteronderwijs volgt).
Voor zesjarigen die geen 250 halve dagen aanwezigheid in een erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs hebben, beslist de klassenraad van het lager onderwijs over de toelating. De manier waarop de klassenraad deze beslissing neemt bepaalt de school zelf (bijv. contactname met de kleuterschool, advies van het CLB, een oriënterend gesprek met de leerling/ouders, testen, …).  

Lagereschoolkinderen :

De klassenraad heeft na grondig overleg met het CLB het laatste woord in de beslissing over zittenblijven.

Uitzondering hierop vormt de beslissing van de ouders om een kind een achtste leerjaar lager onderwijs te laten volgen.

Bij de overstap naar het secundair onderwijs wordt een BASO-fiche opgemaakt.
De BASO-fiche is een document dat een vlotte start in het secundair onderwijs moet bevorderen. Deze fiche is bedoeld om de ouders te ondersteunen in hun communicatie over de noden van en geboden zorg aan hun kind.
Voor de inhoud van de BASO-fiche zijn de klasleerkracht en de zorgcoördinator verantwoordelijk.

Klassamenstellingen in de lagere afdeling

• De klassenraad beslist in welke klas een kind al dan niet terechtkomt.

• De klassamenstelling van parallelklassen wordt jaarlijks in juni door de klassenraad geëvalueerd. Afhankelijk van situatie tot situatie is het wel/niet aangewezen dat de leerlingen bij de aanvang van een nieuw schooljaar van de A- en de B-klas opnieuw door elkaar worden gemengd.

• Bij kinderen die moeten overzitten wordt in overleg met alle betrokkenen nagegaan in welke klas de overzitter best zal terechtkomen.

• Bij een nieuw schooljaar wordt telkens de A-klas de B-klas en omgekeerd.