Huiswerk

Basisprincipes :

• Huiswerk vormt een brugfunctie tussen school en thuis.
Via huiswerk kunnen de ouders afleiden waarmee hun kind op school zinvol bezig is, hoe hun kind werkt op school …

• Kinderen leren via huiswerk zelfstandig plannen en verwerken wat ze op school leerden.

Einddoel van huiswerk : kinderen leren zelfstandig werken

Huiswerk is een veel gebruikte didactische werkvorm

• Huiswerk dient goed voorbereid in de klas, via intensieve taakbegeleiding moeten de vaardigheden om zelfstandig aan de slag te kunnen, worden getraind.
• Huiswerk moet zinvol zijn en doordacht worden gegeven, het is duidelijk geen ingeving van het moment maar een goed aangebrachte en duidelijk omschreven taak.
• Liefst is er differentiatie mogelijk binnen de opdracht.
• Huiswerk is ook het verzamelen en meebrengen naar school van materialen om de leerinhouden en activiteiten te verrijken.
• Huiswerk is ook lessen leren of een toets voorbereiden : hierbij ligt het accent op het inoefenen en memoriseren van de leerstof.
• De school heeft een samenhangende visie op huiswerk waarop alle leerkrachten zich afstemmen. Zo moet b.v. de hoeveelheid huiswerk geleidelijk toenemen naar de hogere klassen toe. In de laagste klassen is huiswerk een aanzet om zelfstandig te leren werken. In de hogere klassen zal het leren van lessen en het maken van taken systematischer worden gepland. Hierbij zal het ‘leren leren’ uitgangspunt zijn, waarbij de kinderen stilaan goede leer- en werkattitudes verwerven.
Hierbij denken we concreet aan :
- verzorgd leren werken
- taken en opdrachten leren plannen en spreiden
- zelfstandig leren werken
- leertijd efficiënt leren gebruiken
- zelfcorrectie : eigen werk leren nalezen en verbeteren
- aangekondigde toetsen zelfstandig en tijdig voorbereiden
• De leerkrachten zullen bij het begin van het schooljaar de preciese afspraken rond huiswerk meedelen.

Huiswerk is dikwijls een bron van spanning

Naargelang men huiswerk bekijkt vanuit het kind-, ouder- of leerkrachtenperspectief worden er andere accenten gelegd. Men stelt vast dat zelfs heel wat leerkrachten huiswerk op een verschillende manier benaderen. Daarom is het nodig er meer systematisch over na te denken.
• Kinderen moeten hun huiswerk op eigen kracht, m.a.w. alleen kunnen maken : het succes mag niet afhankelijk zijn van de hulp van ouders, familie of buren.
Kinderen uit een kansarme omgeving hebben het echter vaak moeilijk om in orde te zijn met hun huiswerk, veel ouders hebben het gevoel hun kind niet te kunnen helpen.
Een mogelijke – maar niet echte – oplossing is het organiseren van huiswerkbegeleiding op school.
• Huiswerk moet tot een minimum worden beperkt, de opdracht mag niet te moeilijk zijn zodat de kinderen de opdracht goed aankunnen.

Viersleutelmethode :

1. Wat zijn de doelstellingen ? Wat is de pedagogische relevantie van huiswerk ?

• Huiswerk vormt een brug tussen school en thuis
• Huiswerk speelt een rol in het leren zelfstandig werken

2. Wat zijn de verwachtingen naar de ouders toe ?

• Eenvoud, duidelijkheid, rechtlijnigheid zijn essentieel om interesse en betrokkenheid van ouders te bekomen.
• Ouders moeten weten waar ze aan toe zijn : onderwijsondersteunend gedrag van ouders kan slechts verwacht worden als leerkrachten ouderondersteunend werken en duidelijk communiceren wat ze van ouders verwachten. Over de leerjaren heen dient er een logische evolutie in de verwachtingen naar ouders te worden opgebouwd : zeker in de laagste klassen wordt ondersteuning van de ouders verwacht.
• Wat wij niet verwachten : het kind sturen, huiswerk verbeteren zodat de leerkracht geen zicht heeft wat het kind al dan niet kan, uitleg geven die misschien tot verwarring kan leiden, extra oefeningen voorzien waardoor het kind mogelijks overbelast wordt … dit alles met het oog op een goed huiswerkresultaat.
• Hulp betekent niet oplossingen geven, het denkwerk doen i.p.v. het kind, verantwoordelijkheid uit handen nemen. De geboden hulp moet gericht zijn op het autonomer maken van het kind en het kind stimuleren om zelf actief op zoek te gaan naar een oplossing.

3. Gedifferentieerde aanpak van huiswerk

• De school vermijdt het principe ‘huiswerk voor iedereen hetzelfde’ te hanteren. Eenzelfde taak kan immers voor het ene kind een peulschil zijn terwijl het andere voor een onmogelijke opdracht staat …
• De school streeft naar huiswerk op maat van het kind, huiswerk dat van elk kind een gelijkwaardige inspanning vraagt.
Elke klas heeft welbepaalde afspraken i.v.m. de dagen waarop huiswerk wordt gegeven.

De vooropgestelde dagen waarop de kinderen principieel huiswerk hebben, zijn de volgende :

• eerste leerjaar : dinsdag (tijdsduur : 10 à 30 minuten)
• tweede leerjaar : dinsdag en donderdag (tijdsduur : 10 à 30 minuten)
• derde leerjaar : maandag, dinsdag en donderdag (tijdsduur : 10 à 45 minuten)
• vanaf het vierde leerjaar : alle dagen (tijdsduur : 10 à 60 minuten)

Let wel :
• Een stukje lezen, iets opzoeken of afwerken is geen echt huiswerk en kan elke dag voorkomen.
• Vanaf het derde leerjaar worden grotere taken gegeven en moeten al eens lessen geleerd worden.
• In het vierde leerjaar wordt het werk opgedreven en wordt een aanzet gegeven tot het ‘leren leren’.
• In het vijfde en zesde leerjaar worden de kinderen voorbereid op het secundair onderwijs : hier worden iedere dag ruime en zinvolle taken gegeven gericht op het verwerven van kennis, vaardigheden en zelfstandig werken. Er wordt gestreefd naar een weekplanning.
• indien leeruitstappen vallen op dagen waarop lessen/taken worden gegeven, bestaat de mogelijkheid dat deze geschrapt of verschoven worden.

4. Zelfstandig leren werken

Velen slagen er niet in om een, voor hen haalbaar huiswerk, tot een goed einde te brengen omdat ze onvoldoende zelfstandig kunnen werken.

• Specifieke aandacht voor het werkgedrag van deze kinderen is noodzakelijk.
• Om zelfstandig werken te bevorderen moeten in de klas stimulansen worden gegeven voor zelfsturing en probleemoplossend gedrag.
Via hoeken- en contactwerk krijgen leerlingen zelf verantwoordelijkheid, moeten ze initiatief nemen, uitzoeken wat precies gevraagd wordt, oplossingsstrategieën bedenken …
• Wanneer het zelfstandig werken meer vooropstaat, zijn kinderen meer gebaat met hulp en ondersteuning die het zelfstandig maken van het huiswerk stimuleert.
Het steunen van het huiswerkproces en niet zozeer het huiswerkresultaat wordt belangrijk.
• Zelfstandig kunnen werken vraagt heel wat vaardigheden, is echter ook een opdracht van de school.
Hoe kinderen leren is even belangrijk als wat ze leren.

Het ‘abc’ van huiswerkbegeleiding voor ouders :

A : Afspraken maken waaraan zowel kinderen als ouders zich dienen te houden : een vaste plaats geven aan huiswerk biedt structuur en regelmaat (b.v. rustige omgeving, vast aanvangsuur e.d. ).

B : Bemoedigen, een combinatie van stimuleren om het huiswerk zorgvuldig en netjes te maken en interesse tonen.

C : Controleren of het huiswerk goed gemaakt is, betekent niet het verbeteren van het huiswerk maar wel een gezonde vorm van interesse tonen (b.v. overlopen van de opdrachten) en aanmoediging geven tot zelfcontrole van het kind.
Het betekent ook erop toezien of het huiswerk een haalbare kaart was voor het kind en durven stappen te zetten naar de leerkracht wanneer er iets misloopt met het maken van het huiswerk.

Huiswerkbegeleiding op school :

Vanaf 2014-2015 gaat de naschoolse opvang voor de oudste lagereschoolkinderen wisselend op onze school of in de vrije basisschool door. De aparte huiswerkbegeleiding zoals vroeger georganiseerd is hierdoor overbodig en wordt dus afgeschaft.
Verdere info hieromtrent wordt via het O.C.M.W. bezorgd.